De Bijbel mag dan links en rechts fel bekritiseerd worden, soms brengt het Heilige Boek wel nog eens antwoord. In 2007 stroomlijnde Symphony X hun sound tot perfectie met een album genaamd “Paradise Lost”. Bijbelse thematiek en oorstrelende prog gaan goed samen blijkbaar, want anno 2010 haalt het Duitse Vanden Plas een gelijkaardig trucje uit. Hun conceptalbum vertelt het verhaal van een klokkenmaker die in aanraking komt met een oude Bijbelse profetie. Het verhaal is geïnspireerd door zanger Andy Kuntz’ eigen levensvragen en de intense ervaringen in de theaterwereld die de band sinds voorganger “Christ.0” heeft doorgemaakt. Niet alleen voerden ze dat album op, ze waren ook betrokken bij verscheidene theaterstukken en musicals. Resultaat is een band die het theatrale niet schuwt, maar ook oog heeft gekregen voor het totaalproduct van een plaat. Vanaf hemelse opener “Frequency” tot het epos-in-het-epos “On My Way To Jerusalem” vloeit de plaat samen en overstijgt het geheel de som van de delen. Elke luisterbeurt onthult dan ook weer nieuwe indrukken, maar vanaf de eerste zit laten nummers als “Scar Of An Angel” en “Quicksilver” de luisteraar al heerlijk mee zweven. Gitarist Stephan Lill nam deze keer het merendeel van de songwriting voor zijn rekening en dat houdt ondermeer in dat het gitaarspel meer naar de voorgrond is gekomen. Günter Werno’s keys drukken uiteraard nog altijd hun stempel op de muziek, maar Vanden Plas klinkt steviger dan ooit. “The Seraphic Clockwork” is een schitterend Gesamtkunstwerk van muziek, verhaal en artwork dat naar de kroon steekt van progressief metalalbum van het jaar. 8/10
Luister: Vanden Plas - Frequency [The Seraphic Clockwork]
Jullie rating: (1 votes, average: 8 out of 10) Loading ...
In 2003 sloeg het debuut van Masterplan, de nieuwe band van ex-Helloween gitarist Roland Grapow, in als een bom, maar door omstandigheden week men daarna af van het ingeslagen pad. “Aeronautics” was net iets te Jorn-gericht en leek dan ook meer op een soloalbum dan een groepsgebeuren. “MK II” was een welkom shot adrenaline in een band die wat zoek was, maar de snelheid en kracht van die plaat weken toch weer van het debuut af. Anno 2010 is de soap opera rond het vertrek van Jorn (voorlopig) ten einde en pikt Masterplan de draad weer op met “Time To Be King”, dat als een logisch vervolg op het eerste album klinkt. Weg zijn echter de instant catchy refreinen, en er wordt meer geëxperimenteerd in allerlei richtingen. “Fiddle Of Time” trapt nog af in vertrouwde stijl, maar raakt niet de hoge pieken van een “Spirit Never Dies” of “Warrior’s Cry”. Het is gemoedelijker en complexer, wat ook voor de plaat als een geheel geldt. Met “Lonely Winds Of War” komt een element klassieke muziek aanwaaien en “The Dark Road” is een progressieve semi-ballad met een melancholisch tintje. Agressiever wordt het op “The Sun Is In Your Hands” en “Blue Europa” neemt ons op een nostalgische reis door het continent, zijn geschiedenis en inwoners. Vreemde eend in een plaat die toch al uitblinkt in diversiteit is “Kisses From You”, waar niemand de invloed van Queen zal ontgaan. In power metal kringen zal “Time To Be King” moeilijker verkopen, maar wie met een bredere blik durft kijken, ziet dat Masterplan hier een voorlopig hoogtepunt heeft bereikt in een woelige, maar indrukwekkende carrière. 9/10
Luister: Masterplan - Fiddle of Time [Time To Be King]
Jullie rating: (2 votes, average: 6.5 out of 10) Loading ...
Niet zelden is het zo dat een band een prima cd aflevert en een jaar daarna een draak van jewelste naar voren schuift. Beklemmende angst maakt zich van mij meester als ik verneem dat Pensées Nocturnes amper een jaar na ”Vacuum” met de nieuwe langspeler “Grotesque” op de proppen komt. Muzikaal genie en bezieler van deze eenmansband Vaerohn zei in een interview (dat u hier nog steeds kan lezen) nog dat het niet evident is om nummers te schrijven en dat hij veel geduld moet oefenen eer hij het gewenste resultaat krijgt. Maar natuurlijk kunnen we geen oordeel vellen alvorens te luisteren. De combinatie kennen we al. Slome, ijzingwekkende black metal die zich loodzwaar voortsleept naar één of ander speciaal punt. Op “Grotesque” is het niet anders. Waar de klassieke -en bluesinvloeden op “Vacuum” nog enigszins subliem werden opgebouwd steekt Vaerohn het hier niet onder stoelen of banken dat hij het allemaal kan, wil en moet doen. In elk nummer wordt er teruggegrepen naar de rijke geschiedenis van – goeie, verwacht geen kutmuziek – muziek. Blues, een klein streepje jazz en natuurlijk klassieke muziek. Meng deze stijlen en kruid het af met de uiterst vreemde stervendehondstem van Vaerohn. Wederom is dit album geen spek voor ieders bek, maar dat was ook niet de bedoeling. De mensen die ervoor openstaan zullen tevreden tot uiterst tevreden zijn. En alweer een knap stukje artwork. 8/10
Luister: Pensées Nocturnes - Monosis [Grotesque]
Jullie rating: (2 votes, average: 9 out of 10) Loading ...
De bandnaam Ereb Altor is gebaseerd op een plaats in het Dungeons&Dragons rollenspel, wat waarschijnlijk belletjes doet rinkelen bij nerds en geeks. Hun episch, doomerige vikingspel kan dan ook perfect als achtergrondmuziek fungeren bij een spelletje D&D. De Zweden brengen met dit tweede album sinds hun ontstaan in 1990 het vikinggenre terug naar zijn oorsprong (met name: ‘Hammerheart’-era Bathory) en beslaat zorgvuldig opgebouwde spanningsvelden die met een simpele snaarberoering iedere luisteraar tot ontroering zal brengen. Waar Amon Amarth de Vikingen plaatst net voor en net na een veldslag (lees: drank en euforie alom), brengt Ereb Altor je terug naar de plaats waar de Vikingen tot rust kwamen: woeste zeeën en kalme bergen. De lang uitgesponnen symfonieën zijn van de hand van twee Zweedse masterminds die hun hoofdproject Isole maar moeilijk kunnen achterlaten en waarschijnlijk met dit toepasselijke ‘The End’ hun laatste plaat met Ereb Altor gemaakt hebben. Desondanks laten ze een verpletterend indruk na op de metalcommunity, die hongerig naar meer achterblijft. Het is de laatste tijd moeilijk om een plaat te vinden die zich laat omschrijven als daadwerkelijk een plaat en niet enkel een optelsom van nummers. Tot ieders verrassing slaagt dit Ereb Altor er wel in om een zorgvuldig en uiterst professioneel geheel af te leveren. Mochten ze dan nog beslissing om er de vikingbijl bij neer te leggen, kan ‘The End’ als een zwanenzang van formaat tellen! 9/10
Luister: Ereb Altor - A New But Past Day [The End]
Volledig heet deze band “Dreamtone & Iris Mavraki’s Neverland” wat netjes toont uit welke mensen de groep bestaat, namelijk de Turkse progressieve metalband Dreamtone en Griekse zangeres Iris Mavraki. Zie je wel dat Turken en Grieken vriendjes kunnen zijn, als ze willen. Neverlands eerste album “Reversing Time” verscheen reeds in 2008 en kende onder andere gastoptredens van Hansi Kürsch (Blind Guardian), Tom Englund (Evergrey) en wijlen Mike Baker (Shadow Gallery). Aan naamsbekendheid ontbreekt het ook niet op de opvolger “Ophidia” waar Urban Breed (ex-Tad Morose, ex-Bloodbound), Jon Oliva (ex-Savatage) en Edu Falaschi (Angra) de gastmicrofoon toegereikt krijgen. Niet alleen de indrukwekkende gastenlijst, maar ook de sprankelende power metal die Neverland voorschotelt neigt tot op zekere hoogte naar de metal opera’s van Tobias Sammets Avantasia. De keyboards zijn hier echter een stuk prominenter en ook van het occasionele volksdeuntje schrikt men niet terug. Het album opent met het kronkelende “This Voice Inside” en met dit nummer weet je meteen hoe alle andere gaan klinken: geen al te stevig gitaarwerk, bombastische keyboards en aanstekelijke melodieën en vocalen. Neverland ligt geografisch dan ook niet ver van Fairyland, vermoed ik. “Silence The Wolves” schittert door de aanwezigheid van Urban Breed, voor wie dit project ideaal is, aangezien hij niet lang bij een band kan blijven. Jon Oliva doet zijn trucje op “Invisible War”, dat verder vrij “invisible” is en Edu Falaschi gaat een geslaagd duetje aan met zanger Oganalp Canatan op “Ashes To Fall”. “Speak To Me” gaat de emotionele toer op en “Into The Horizon” sluit het album mooi instrumentaal af. Het enige vraagteken dat ik stel bij dit album is waar in hemelsnaam die zangeres is, want ik hoor alleen Dreamtone’s eigen vocalist Canatan zingen… 8/10
Luister: Neverland - This Voice Inside [Ophidia]
Jullie rating: (1 votes, average: 10 out of 10) Loading ...
Niemand buiten Tobias Sammet komt op een maand tijd met twee cd-besprekingen in een magazine te staan. Avantasia’s “Angel Of Babylon” vormt het laatste luik van “The Wicked Trilogy”, waarvan deel twee hier reeds werd besproken. Waar “The Wicked Symphony” nog een scala aan diversiteit en een stevige dosis metal bevatte, liggen de zaken hier even anders. “Angel Of Babylon” vloeit namelijk meer als een album, wat meteen ook met zich meebrengt dat enkele nummers – vooral in het midden – minder een eigen stempel hebben. Zoals op de voorganger schieten Tobi & Co ook hier uit de startblokken met een episch nummer van ruim 9 minuten: “Stargazers” is een gevleugeld en contemplatief nummer dat op alle plekken schittert buiten het refrein, dat net iets te herkenbaar is. Het titelnummer dompelt ons dan weer onder in een power metal paradijs en ook het pakkende “Your Love Is Evil” en het macabere “Death Is Just A Feeling” (met John Oliva als klopgeest) zijn instant pluspunten. Daarna komen enkele net iets te eenvoudige rockers en een ballade die op B-sides van Edguy lijken en de vreemde eend in de bijt “Symphony Of Life”, het enige nummer dat niet door Tobi maar door gitarist en producer Sascha Paeth gepend is. Met een vibe die aan Luca Turilli’s Dreamquest doet denken is deze track toch niet echt op zijn plaats. De kwaliteit gaat echter weer omhoog met het slotakkoord waar “Journey To Arcadia” de trilogie van een uitstekende uitgeleide voorziet. Al bij al het minste deel van de drie, maar wederom een testament van Sammets kunnen dat nog steeds mijlen ver boven dat van vele collega’s ligt. 8/10
Luister: Avantasia - Your Love Is Evil [Angel Of Babylon]
Mening luisteraar zal een spontaan oorgasme krijgen als ze horen dat voormalig Aborted-leden (doordat Sven de band volledig vernieuwde) BST en Daniel Wilding een dodelijk black metalproject opzetten. Daarnaast namen ze ex-Cradle Of Filth gitarist James Mcilroy en Peter Benjamin van Akercoke mee in hun satanische plannen en een nieuwe supergroep werd geboren. The Order Of Apollyon tekende een deal met Listenable Records voor 3 platen, waarvan ‘The Flesh’ hun eerste duivelse evangelie is. Daniel en BST kennen elkaar nog van de tour dit jaar met Hell Militia en de spelvreugde spettert er dan ook van af. Het viertal laat een reeks snoeiharde en vooral retesnelle salvo’s demonische muziek op de luisteraar af en niemand die weet waar ze het nog hebben. De black metal neemt af en toe zeer technische gedaantes aan en het album raast sneller dan de treinen in Halle door. De symbiose tussen black en deathmetal (gezien de achtergrond van de leden) is razendsnel op een plaat gedrukt, nadat de band pas begin 2009 echt onder stoom kwam en het gevoel voor melodie wordt nergens onderdrukt. Daarnaast krijgt ‘The Flesh’ een uitgesproken religieus karakter mee (versterkt door de teksten van BST en de coverart) wat enorm bijdraagt aan de demonische uitlaatklep die ‘The Flesh’ is. De Fransen en Engelsen lijken dan ook nog het beste voor het einde bewaard te hebben, want “L’orgueuil (The Oracle)” trekt je gewoon helemaal in brokken. Alsof De Franse scène nog niet genoeg helden had, wordt The Order Of Apollyon een vaandeldrager van formaat. Wat een schitterend debuut! 9/10
Luister: The Order Of Apollyon - L’Orgueil [The Flesh]
De Australiërs durven wel eens uit te blinken in vunzigheid. Ze brachten ons reeds het ongenaakbare Deströyer 666 en willen nu met dit Vomitor opnieuw onze huizen, vrouwen en kinderen vervuilen. Geheel in de stijl van het midden van de 80’s brengen ze ons een zieke mix van low-fi black metal doorspekt met thrash riffs die een lepel recht doen staan in je kop gitzwarte koffie. Hun label, Hells Headbangers, lijkt net als Italiaanse metal en lage kwaliteit onlosmakelijk samen te hangen met een productie zonder franjes. De productie werd wel geüpgraded ten opzichte van de vorige releases (Bestial Mockery en Perversor: zie ook op deze site) en lijkt zich op de zolder af te spelen in plaats van de kelder. Dit is slechts hun derde album sinds hun ontstaan in 1999 en de oude thrash die meermaals aan Slayer doet denken kan op veel bijval rekenen bij de oldschool fanboys (en girls). De Satanistische songtitels en de cover laten er geen twijfel over bestaan: deze Australiërs aanbidden de gehoornde en potver, we zullen het geweten hebben. Eenmaal je over de productie heen luistert, kan je echt wel de authentieke muziek van weleer terug horen, toen mensen nog bang waren van metal. Een heerlijk gevoel, aangewakkerd door nummers als “Saga Of The Rage” en “Devils Poison” doen je verlangen naar de tijden toen het beter was (of toch niet?). Hoewel deze muziekstijl niet meer van deze tijd is, vormt ze toch een contrabeweging tegen de thrash revival die er heerst sinds het begin van het nieuwe millennium en live zal dit ongetwijfeld nog inslaan als een bom. Dit is dan ook een groeiplaat die na een tijdje toch in je hoofd zal zitten. 8/10